De gebrandschilderde ramen

De gebrandschilderde ramen

Bij de bouw der kerk werden door een tweetal in de gemeente bekende families en door enkele bestuurscolleges de gebrandschilderde ramen geschonken, welke de lichtopeningen afsloten. Door onvoldoende onderhoud, onoordeelkundige herstellingen en schending in do Fransche tijd van Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap, waren deze in verval geraakt en voor enige tijd bevonden ze zich ; zoodanige toestand, dat wilde men ze behouden restauratie noodzakelijk was, in het najaar van 1933 werd hiertoe opdracht gegeven aan de NV Noord Nedert. Electrische Glasslijperij en Glashandel, te Groningen. In de kerk bevinden zich zeven lichtopeningen’ drie in de Noordgevel, één in het kooreinde en drie in de Zuidgevel. Uit een ingesteld onderzoek bleek, dat de ramen in het jaar 1770 zijn vervaardigd door den Sneeker glasschilder IJpe Staak, een lid van een glasschilderfamilie, die reeds toen ver over de honderd jaar bestond. En hij was iemand die zelve reeds langer dan 20 jaar dit ambacht had uitgeoefend en die kerkglazen had gemaakt te Stavoren, Engwierum, Oldeverhoof, Dragten, Oldeboorn en meer andere kerken en huizen. In 1794 plaatste hij volgens de Stads en Dorpskroniek van dr. G.A.Wumkes de volgende advertentie: “Wie genegen is het glasschilderen te leeren, mits de tekenkunst verstaande, adresseere zich aan den burgemeester IJ. Staak te Sneek”.
Volgens een authentiek handschrift voerden deze ramen de volgende opschriften in de zich hierop bevindende cartouches:

  • De heer Aulus van Smijnja, sekretaeris van Tietjerksteradeel en Gecommiteerde Staet van Fryslant 1770.
  • De heer Henrius Wiardus van Altena, Grietman over Tietjerksteradeel
  • De Edele mogende Heeren Raden des Hof van Friesland
  • De Edele Mogende Heeren Rekenmeesters van Friesland Anno 1770
  • De Edele Mogende Heeren Staten van ‘t Mindergetal van Friesland.
  • De Edele Mogende Heeren Gedeputeerde Staten van Friesland,
  • IJpe Staak fesit 1770
  • Everhardus Penninga, Dienaer des Goddelijken Woorts te Suameer, Garijp en Eernewoude in het jaar 1770.

De wapens van de familie versieren de glazen met het opschrift van Altena en van Smynia. De wapens van Friesland versieren die van de bestuurscolleges. Deze laatste zijn geflankeerd door symbolische figuren en wel dat van de Raden van het Hof door een figuur, voorstellende de Gerechtigheid, voorzien van weegschaal en zwaard en een vrouwenfiguur als symbool der wijsheid. Het raam van de Heeren Rekenmeesters  heeft naast het wapen van Friesland links een vrouwenfiguur met kinderen als symbool der liefde en rechts dat van goed beheer, voorgesteld door een figuur met onder de arm een wetsrol. Het raam van de Staten van ‘t Mindergetal voert het schild met daarnaast de figuur van Mars en aan de andere kant de godin der Wijsheid; dat van de Gedeputeerde Staten is geflankeerd met de sleutel van de schatkist Standvastigheid en de Gerechtigheid. Van al deze ramen waren nog voldoende restanten bewaard, die een vrij nauwkeurige herstelling mogelijk maakten. Van het raam, waarop de naam van den predikant zou zijn aangebracht,was niets meer aanwezig. In verband hiermede werd op het zevende raam thans een voorstelling aangebracht, welke de herinnering levendig houdt aan de schenkende vereeniging, de Vrouwenvereeniging , Priscilla te Suameer. Deze vereeniging bracht de voor de herstelling dezer ramen de noodige gelden bijeen. De voorstelling op dit raam is ontleend aan de bijbelsche vrouwenfiguur van de naam “Priscilla”, die haar man, welke oorspronkelijk een tentenmaker was, later vergezelde toen hij er ter prediking van het geloof op uit trok. De voorstelling geeft tevens een beeld van ‘t werk en ‘t doel der vereening. Dit raam sluit zich als geheel, hoewel er niet aan de vormgeving der andere ramen is vastgehouden, goed aan bij de gerestaureerde ramen.

Bron: Leeuwarder Courant, Juli 1934, G.J. Veenstra.

terug