Kerkgebouw Kerkgebouw

Volgens het opschrift op de gedenksteen, welke zich boven de toegangsdeur in de Noordelijke gevel bevindt, is het thans hier aanwezige kerkgebouw in het jaar 1769 gebouwd, Deze gedenksteen bevat het wapenschild van de toenmalige Grietman dezer gemeente, den heer Henricus Wiardus van Altena. Het wapenschild is omgeven door heimdoek en bekroond met een helm, met als helmteeken een klimmende leeuw naar rechts. Op de onder het schild aangebrachte cartouche staan de naam van den grietman en ‘t jaartal vermeld en daaronder op de draperie staat: “Ons In en Uitgaan Zij O Heer, Voor Ons Tot Zeegen, U Tot Eer.”

Deze Henricus Wiardus van Altena stamt uit een oostfriesch geslacht. Hij was gehuwd met Hildegonda van Glinstra en diende eerst in het regiment Oranje-Friesland als vaandrig. Hij werd 13 maart 1739 aangesteld tot Griffier bij het Hof van Friesland. In 1746 bedankte hij voor deze betrekking en werd volmacht ten Landsdage en in 1748 lid van de Staten van Friesland. Na het overlijden van den oom van zijn vrouw, Hector Willem van Glinstra, werd hij in 1752 Grietman van Tietjerksteradeel. De thans aanwezige kerk is gebouwd onder zijn bestuur op de plaats en gedeeltelijk op de bestaande fundering van de vroegere kerk. Zoals uit een advertentie van de verkoop van de afbraak dezer kerk — volgens de Stads- en Dorpskroniek van dr. Wumkes — van 22 september 1769 blijkt, bestond dit kerkgebouw voor een belangrijk deel uit turfsteen.

Hieruit mag men besluiten, dat dit eerste steenen gebouw hier omstreeks 1200 zal zijn verrezen en gesticht onder leiding van de kloosterlinge, die zich in die tijd hier in Friesland in zo talrijke mate hadden neergezet. Bij een, zich in het prontenkabinet van het Friesch Museum bevindende afbeelding van de oude kerk in 1722, getekend door den Frieschen teekenaarJacobus Stellingwerf, blijkt ook uit de Romaanse vormende laat 12 of begin 13de eeuwsche oorsprong.  In de 14e of 15e eeuw zal de kerk voorzien zijn van de op deze tekening aangegeven grootere Gothische lichtopeningen, welke door een traceering waren onderverdeeld en gedicht met glas in lood. Uit deze tekening ziet men, dat het oude kerkje vrij wat mooier en beter van vorm was en meer een Friesch karakter droeg dan het tegenwoordige. Dit laatste bezit, als geheel, weinig bouwkundige waarde en ontsiert vooral door de daarop aangebrachte leelijke kunstleiafdekking de omgeving. Uit oude, in het tegenwoordige gebouw nog aanwezige restanten blijkt, dat er vroeger een goed eikenhouten meubilair aanwezig was, wat bij de kerkbouw in 1769 gedeeltelijk zal zijn overgebracht. In het kooreinde vindt men een restant van een eiken familiebank.

terug